Houtsnede

In China werden reeds in de achtste eeuw houtsneden gemaakt. Houtsneden maakten het al vroeg in de geschiedenis mogelijk om boeken te voorzien van illustraties.

Een op zichzelf staande ontwikkeling was de vervolmaking van de houtsnede in het Japan van de achttiende eeuw, met als hoogtepunten de prenten van de kunstenaars Utamaro, Katsushika Hokusai en Ando Hiroshige.

Alle goed glad gewreven of geschuurd hard hout kan worden gebruikt voor houtsneden. Zelfs gefineerd multiplex, meubelplaat of gefineerd hardboard zijn geschikt, mits de fineerlaag hard genoeg is.

Gewoonlijk wordt voor houtsneden langshout gebruikt, dat is met de nerf meegezaagd hout. Het ontwerp wordt op het hout getekend en met de guts van de omtreklijn weggestoken.

Het houtclichee wordt met een roller gelijkmatig ingeïnkt; daarop wordt het papier gelegd. Grote afdrukken worden gemaakt op een drukpers waarbij druk wordt uitgeoefend met een metalen plaat. Het beïnkte clichee wordt op de wagen van de pers gelegd. De wagen wordt in de pers geschoven, de drukhendel wordt aangetrokken en de afdruk gemaakt.

De afdruk wordt langzaam, met een vloeiende beweging naar achteren en omhoog los getrokken.

Terug naar technieken

Houtsnedehoutsnede van Katsushika Hokusai uit 1832