Litho

Het woord litho is afgeleid van het Grieks: 'lithos' = steen en 'grafein' = tekenen/schrijven en betekent steendruk.

Lithografie is eind achttiende eeuw ontdekt door Senefelder. Hij zocht een meer gepaste wijze om bladmuziek te vermenigvuldigen.

Het principe van het steendrukken is gebaseerd op het feit dat water en vet elkaar afstoten. Lithografie maakt gebruik van het vet in het tekenmateriaal (lithokrijt) en het vet in de drukinkt (tusche). Als drager van de tekening dient kalksteen. Senefelder woonde in Beieren, Zuid-Duitsland, waar een ‘zuivere’ kalksteen beschikbaar is, een ideale steen voor de lithografie. Wanneer de tekening op de steen af is, wordt deze gefixeerd met behulp van Arabische gom. Aan de gom kan een zuur worden toegevoegd. Alleen delen van de steen waar niet getekend is, worden aangetast door het zuur. De tekening, die vet is, zal de drukinkt aannemen, de andere delen worden tegen de inkt beschermd door het water. Na het inrollen met inkt kan op papier gedrukt worden met een speciale lithopers.

Het steendrukken is een directe methode, dat wil zeggen dat de handpers een zeer grote spanning moet kunnen geven om een goede afdruk te krijgen; bij het maken van de afbeelding moet men er rekening mee houden dat de druk een spiegelbeeld ervan zal zijn. Tegenwoordig wordt er in plaats van steen ook gebruikgemaakt van aluminium/kunststofplaten.

De kunst van het steendrukken wordt getoond in onderstaand filmpje.

Terug naar technieken

bekijk hier de kunst van het steendrukken

Lithoeen 'ouderwetse' lithopers